Ochtenden klinken anders


Ochtenden klinken anders dan namiddagen en namiddagen klinken weer anders dan avonden. Ochtenden klinken stil, brengen nauwelijks geluid voort dat uitstijgt boven het gerinkel van het ontbijtservies op de tuintafel, zelfs niet boven het geritsel van de krant. De inertie van de nachtelijke slaap wordt afgeschud zij het met hoorbare tegenzin, terwijl de naakte werkelijkheid van de dag zich aandient als een ongenode gast. Het gerinkel van ontbijtmes en vork klinkt als op een terras ergens ver weg onder een stralende zuiderzon in een zorgeloos vakantieparadijs totdat het langzaam maar zeker weer uitsterft zoals de laatste noten van een aubade aan de opkomende dag. De krant vliegt aan de kant. Hoorbare vliegtuigen trekken witte strepen. Een bus dendert over een putdeksel. Een buurman stapt in zijn auto. Een ander scharrelt in zijn tuin. Het geluid zwelt aan tot een stormachtig crescendo van kleur en tempi om later weer uit te sterven in het trage largo van de namiddag georkestreerd door een brandende zon die de lucht doet trillen over onze warme lijven. De dag geeft met tegenzin haar verborgen geheimen prijs. Het allegro van de avond wordt ingezet. Eerst non troppo om op gang te komen, dan moderato tot vivace bij het rokend vlees op de barbecue om daarna bezwangerd door geuren van geroosterd vlees, omfloerst door klanken van glazen en schalen, de finale van de dag in te zetten onder het scharlakenrood van de ondergaande zon en het opkomend geroezemoes van het klankloos avondgeruis.