Geboren op 14 oktober 1887 groeide grootvader Maurice Schotte op in een gezin van acht kinderen, vijf jongens en drie meisjes in Jonkershove. Zijn vader Serafien was onderwijzer en gehuwd met Hortence Decoodt, die winkelierster was.
Een van broers, Gaspar, werd Scheutist en Bisschop in Ningsia (de Mgr. Schottestraat in Jonkershove is naar hem genoemd). Twee van zijn drie zusters zijn in het klooster getreden, waarvan Martha missiezuster werd in de Filipijnen. Alles wijst erop dat Maurice in een diep christelijk gezin is opgegroeid.
Maurice Schotte was koster van de St. Martinuskerk van Moorslede. Tot een vijftal jaar na het einde van WO I woonde hij in Kuurne. De Martinuskerk was op het eind van WO I volledig verwoest en zou pas heropgebouwd worden in 1922. Na de wederopbouw van de dorpskern (begin jaren twintig) kwam hij in Moorslede wonen aan de Dadizeelsestraat, die vlak langs de kerk loopt. Deze straat was na de wederopbouw (1921-1924) vrijwel geheel volgebouwd. Tegelijkertijd met het ambt van koster/organist was hij juwelier en had hij een bijouterie in de Dadizeelsestraat. Het ambt van koster heeft hij meer dan 40 jaar vervuld, waarschijnlijk vanaf zijn huwelijk met Marie Windels in 1911. Hiervoor ontving hij het burgerlijk ereteken 2de klasse.
Het gezin waarin Maurice opgroeide woonde in een bescheiden woonst in Jonkershove (Woumen), een zeer kleine parochie ten zuiden van Diksmuide. Twee andere broers van Maurice, Marcel (onderwijzer in Beveren-Leie) en Leon hebben elk een bijzondere loot aan de Schotte stam toegevoegd, Jan-Pieter Schotte, zoon van Marcel die later curiekardinaal werd te Rome en Antoon Schotte, zoon van Leon die missionaris Scheutist werd.
Uit alles blijkt dus dat Maurice opgegroeid is in een gezin dat tot de notabelen van de gemeente mag gerekend worden, zoals ze zijn: de onderwijzer, notaris, burgemeester, pastoor en koster van de kerk. Temeer daar zijn grootvader Ambrosius Decoodt te boek staat als rentenier.
Zoals bij iedereen van zijn generatie het geval was, maakte Maurice de twee Wereldoorlogen mee. Eerst WO I (1914-1918) als midden twintiger en daarna WO II als jonge vijftiger. Er wordt geen melding gemaakt dat hij actief bij WO I betrokken zou zijn geweest.
Bij het uitbreken van WO I waren zijn twee oudste zonen Robert en Norbert twee en een jaar oud. Daniel was pas geboren. De vierde zoon Leon werd geboren tijdens de oorlog in 1916. In rap tempo volgden de andere kinderen, dertien in totaal, negen zonen en vier dochters. Het jongste kind werd in 1935 geboren. Marie Andronie was toen 42 jaar.
Bij het uitbreken van WO II waren zijn oudste zonen ver in de twintig. Norbert en Daniël werden in dienst geroepen bij de algemene mobilisatie. Daniël werd na de capitulatie gedemobiliseerd en kwam weer thuis. Norbert kreeg voor zijn verdiensten in het leger de medaille van Ridder in de Kroonorde. Of en hoe Raf en Leon, die respectievelijk 20 en 23 jaar waren bij het uitbreken van de oorlog, betrokken waren bij die oorlog is mij niet bekend.
Het einde van de de Tweede Wereldoorlog was voor het gezin een rampjaar. In 1944 overleed Daniel aan nier TBC. Hij was pas getrouwd en vader van een dochter Vera. Een jaar later overleed Agnes, eveneens aan TBC. Zij was 23 jaar.