Amethist


De door God en alleman verlaten parkeerplaats aan de ingang van het Pyhä-Luosto Nationaal Park voorspelde niet veel goeds. En die voorspelling kwam uit. Aan de hobbelige grintweg omhoog naar de amethistmijn kwam maar geen einde. Tot de koop toe werden we van start tot finish belaagd door zwermen bloeddorstige roodachtige paardenvliegen. Zie je ons lopen, zwaaiend met onze armen om die beesten van ons af te weren, terwijl we onze hoofdnetten in de cabin hadden achtergelaten? Tja, wisten wij veel dat die ellende ons te wachten stond zonder ons vooraf in te lezen over die kruisweg naar Golgotha. Bovengekomen zochten we beschutting in het cafetaria, dat de toegang regelt tot de steenhoop. De gelukszoekers kunnen er alvast hun hartje ophalen met de stenen uitgestald in de vitrinekast. Met het Santa Claus Village in mijn achterhoofd begon ik te twijfelen. Is dit de zoveelste toeristenval? Zouden de parkmannen de steenhoop niet elk jaar aanvullen met een paar stukjes amethist van allerhande grootte, zodat de toerist aan zijn trekken komt. Voor je entreegeld mocht je zoeken in een goede vindplaats en wie er geen cent voor over had werd doorverwezen naar een stukje buiten de toegangspoort zonder jaarlijkse aanvullingen. Maar reken je niet rijk, gelukszoeker. Want de zeef van de opzichter is onverbiddelijk. Een steentje dat achterblijft in zijn zeef moet afgerekend worden. En de mazen zijn klein! Wij maakten rechtsomkeer, klaar om het gevecht met de paardenvliegen opnieuw aan te gaan.

Fotogalerij