Romeinse baden in Boedapest
Boedapest. Onverstoorbaar spuwen zeemeerminnen en mannenkoppen met bossen haren zo wild als leeuwenmanen warm bronwater in de bassins van de spa van ons Gellért hotel. We konden onbeperkt badderen, wat we ongegeneerd deden, binnen, buiten, in de zon, in de schaduw, 's avonds en in de namiddag. Mannen, vrouwen, oud en gerimpeld in hun te wijd geworden huid, jongelui strak in het gladde gebruinde vel, jongens en meisjes languit hangend aan de kant van een warm bassin. Het roept een unheimische sfeer op die je maar moeilijk kunt beschrijven. Je wordt bekeken en je bekijkt. Mensen die in een lift zover mogelijk uit elkaar staan, dringen nu ongegeneerd elkaars aura binnen. Je ondergaat het en doet alsof die andere er niet is. Mensen die op straat elkaar emotieloos passeren genieten zichtbaar met gesloten ogen lichamelijk van het warme water. Toevallige vluchtige aanrakingen worden getolereerd en genegeerd. Een eunuch zou het niet beter kunnen. Je herkent mensen uit de ontbijtzaal, maar je doet alsof je ze niet eerder hebt gezien.
In de jaren zeventig was het Gellért hotel gereserveerd voor de communistische elite. Bij het langslopen gluurde ik soms naar binnen om een glimp op te vangen van deze hoge heren. Na onze late aankomst in de stad wilden we voor alle zekerheid nog een snelle hap nemen in het stationsrestaurant. Er waren serveerders en incasseerders. Drie vermeldde de kaart. In mijn stomheid vroeg ik, forint of dollar? Forint dus, een tiende van de gulden. Voor de rest van ons verblijf hebben we decadent de duurste menu's en dranken laten aanrukken in de chicquste etablissementen voor om en nabij de honderd forint. We voelden ons de koning te rijk.